Hardloopblessures, voorkomen is beter dan genezen

door | 18-05-2020 | Sportblessures

De len­te is begon­nen en dat bete­kent dat veel men­sen hun hard­loop­schoe­nen weer uit de kast halen. Helaas zien we dat naast een explo­sie­ve stij­ging van het aan­tal hard­lo­pers ook het aan­tal hard­loop­bles­su­res de laat­ste jaren enorm is toe­ge­no­men.

Hardloopblessures

Een veel voor­ko­men­de hard­loop­bles­su­re is een irri­ta­tie of ont­ste­king van de trac­tus ili­o­ti­bi­a­lis. Deze bles­su­re wordt ook wel run­ners knee, trac­tus ilioi­ti­bi­a­lis fric­tie syn­droom of ili­o­ti­bi­a­le band syn­droom genoemd.

Wat is de tractus ilioitibialis?

De trac­tus ilioi­ti­bi­a­lis is een pees­plaat, die ont­staat uit twee spie­ren, te weten de mus­cu­lus glu­teus maxi­mus en de mus­cu­lus ten­sor fas­ci­ae latae. Deze pees­plaat loopt van­af de rand van het bek­ken, over de bui­ten­zij­de van het boven­been en hecht aan onder de knie, op de bui­ten­kant van het scheen­been (tibia). Bij het bui­gen van de knie ver­schuift de trac­tus ilioi­ti­bi­a­lis naar ach­ter en bij het strek­ken van de knie naar voren. De trac­tus ilioi­ti­bi­a­lis schuift over een uit­ste­kend bot­punt van het boven­been (late­ra­le femur con­dyl).

De hardloopblessure: “runners knee”

Een run­ners knee ken­merkt zich door pijn aan de bui­ten­zij­de van de knie, die kan door­trek­ken in het onder­been. In eer­ste instan­tie tre­den de pijn­klach­ten vaak pas op na het lopen. Later tre­den de klach­ten ook op tij­dens het lopen en ver­er­ge­ren naar­ma­te de loop­af­stand toe­neemt. Uiteindelijk kun­nen de klach­ten zelfs con­stant aan­we­zig zijn.

Deze bles­su­re kan het gevolg zijn van over­be­las­ting of een ver­keer­de belas­ting, meest­al ten gevol­ge van ver­sle­ten of slecht schoei­sel, een ver­keer­de loop­tech­niek, een been­leng­te­ver­schil of stands­af­wij­king van de voet of knie of van een mus­cu­lai­re dis­ba­lans.

De diagnose van een runners knee

De dia­gno­se kan door de fysi­o­the­ra­peut wor­den gesteld aan de hand van een vraag­ge­sprek en een licha­me­lijk onder­zoek waar­bij spe­ci­fie­ke tes­ten wor­den uit­ge­voerd. Middels echo­gra­fie kan de dia­gno­se even­tu­eel wor­den beves­tigd, maar dit is van­we­ge het vaak dui­de­lij­ke klach­ten­beeld niet altijd nodig.

Hoe ziet de behandeling eruit?

De behan­de­ling hangt af van de fase waar­in de bles­su­re zich bevindt. In de acu­te fase wordt rust gead­vi­seerd om de pees­plaat te laten her­stel­len. Ook kan er met ijs gekoeld wor­den om de ont­ste­kings­ver­schijn­se­len te bestrij­den. Is de ont­ste­kings­fa­se voor­bij, dan kan wor­den gestart met oefen­the­ra­pie, die even­tu­eel onder­steund kan wor­den met medi­cal tape, dry need­ling, shockwa­ve en/of rek­oe­fe­nin­gen.

Onderstaande oefe­nin­gen kun­nen wor­den gedaan om de mus­cu­lai­re dis­ba­lans en daar­mee de hard­loop­bles­su­re te hel­pen her­stel­len, maar kun­nen ook pre­ven­tief wor­den gedaan.

Oefening 1: Squat

Oefening 2: Donkey Kicks

Oefening 3: Clamchells

Oefening 4: Lunges

Oefening 5: Bridging

 

 

Archief

Share This